Sluiten
Terug

Beleggingsbeleid

Beleggingsbeleid

De werkgever en de werknemers betalen premie aan het pensioenfonds. Het fonds belegt dit in obligaties en aandelen om een dusdanig rendement te halen dat het ook in de toekomst de pensioenuitkeringen kan betalen. Bovendien wil het fonds de inflatie zoveel mogelijk bijhouden met indexaties om de koopkracht te handhaven. Het fonds wil daarbij geen overbodige risico’s nemen en niet met te veel en in ingewikkelde constructies beleggen. Het streven van het fonds is een stabiele ontwikkeling van het beleggingsresultaat en daarbij laat het zich leiden door de langetermijn-doelstellingen en worden risico’s waar nodig afgedekt.

 

Beleggingsovertuigingen

Om de doelstellingen te bereiken heeft het fonds beleggingsovertuigingen (ook wel investment beliefs) opgesteld. Zij vormen de basis van ons beleggingsbeleid en bepalen de inrichting van het vermogensbeheer, de verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende beleggingscategorieën en beleggingsstijlen en het risicomanagement.

 

ALM-studie voor inzicht en bijsturing

Minimaal eens in de 3 jaar wordt samen met externe consultants een ALM-studie uitgevoerd. Deze studie geeft inzicht in de samenhang tussen bezittingen (assets) en pensioenverplichtingen (liabilities). Aan de hand van de ALM-studie worden onder meer de verplichtingenbenchmark, het nagestreefde extra rendement en het ter beschikking staande risicobudget vastgesteld, zodat een algemeen beleggingsraamwerk ontstaat. Dit raamwerk gaat in op:

  • Verdeling over beleggingscategorieën;
  • Rente-afdekkingsbeleid;
  • Valutabeleid;
  • Samenstelling vastrentende portefeuille (obligaties);
  • Samenstelling aandelenportefeuille;
  • Gebruik derivaten;
  • Inhoud rapportages.

Er worden dus normen vastgesteld voor de verdeling van het vermogen over verschillende beleggingscategorieën. Als het ten goede komt aan het rendement, mag daarvan worden afgeweken, maar het moet wel binnen de marges blijven die ook zijn vastgesteld op basis van de ALM-studie. Als er een nieuwe ALM-studie is, wordt het strategisch beleggingsbeleid daarop zo nodig aangepast.

Op grond van de ALM-studie in 2015 heeft het bestuur besloten geen wijzigingen aan te brengen in de beleggingsportefeuille. In de ALM-studie is vastgesteld wat het maximale risico is dat het fonds mag lopen (risicobudget). Vervolgens is in 2016 met dit budget een studie uitgevoerd waarbij naar de meest efficiënte invulling van de beleggingsportefeuille werd gezocht, uiteraard binnen de vastgestelde risicoparameters en beleggingsovertuigingen. Dit heeft in 2017 geleid tot enkele aanpassingen binnen beide hoofdcategorieën (vastrentende waarden en aandelen).

 

Vastrentende waarden

Binnen de vastrentende waarden is er een onderverdeling in een matchingportefeuille en een returnportefeuille.

De matchingportefeuille heeft tot doel het gedeeltelijk afdekken van het renterisico van de nominale verplichtingen (de opgebouwde rechten zonder rekening te houden met inflatie) in een omgeving die afhankelijk is van marktrente. Deze afdekking vindt plaats door beleggingen in:

  • Staatsobligaties (voornamelijk Nederland en Duitsland)
  • Rentederivaten (“renteswaps”, voor dat deel van de rente-afdekking dat niet met staatsobligaties kan worden ingevuld).

Deze portefeuille kent een ‘buy and hold’-beleggingsstijl. De portefeuille is uitbesteed aan één vermogensbeheerder, namelijk PIMCO. De investment consultant berekent maandelijks op basis van rapportages van de vermogensbeheerder de mate van renteafdekking. De custodian van het fonds, die de feitelijke beleggingsadministratie doet, berekent het rendement eveneens, onafhankelijk van de vermogensbeheerder. Bovendien controleer hij of de beheerder zich aan de afspraken houdt.

De returnportefeuille heeft tot doel het creëren van rendement, zodat de pensioenaanspraken geïndexeerd kunnen worden. Dit is een aanvulling op de aandelenportefeuille en bestaat uit vastrentende waarden. De portefeuille kent vijf beleggingscategorieën:

  • Asset backed securities (in euro’s genoteerd)
  • Emerging market debt (lokale valuta)
  • High yield credit
  • Investment grade credit
  • Bank loans

De prestaties van de vermogensbeheerders worden afgezet tegen een vergelijkbare belegging (benchmark) . De benchmark van de totale (return)portefeuille is gebaseerd op de benchmarks van de onderliggende beleggingscategorieën, die niet allemaal even zwaar meewegen.

 

Aandelen

De aandelenportefeuille heeft als voornaamste doel het bereiken van voldoende rendement om pensioenaanspraken te indexeren. De portefeuille bestaat uit vier categorieën:

  • MSCI World index, wereldwijd gespreide aandelenindex
  • Emerging Markets, ESG screened
  • MSCI ACWI minimum volatility
  • MSCI EAFE, MSCI Canada en MSCI

De volledige samenstelling van de beleggingscategorieën vindt u hier.

 

Risico-afdekking

Ter beperking van de risico’s heeft het fonds het renterisico (waardeschommelingen als gevolg van renteveranderingen) en het valutarisico (veranderingen in waarden van vreemde valuta) voor een groot deel afgedekt. Het renterisico wordt voor 80 % afgedekt in de matchingportefeuille. De valuta-afdekking gebeurt door valutaderivaten (z.g. forwards). De afgedekte valuta zijn de Amerikaanse dollar, Britse pond en Japanse Yen.

 

Rendementen

In de afgelopen jaren heeft het fonds, mede te danken aan het behoudende beleggingsbeleid en het afdekken van risico’s, een goed rendement behaald. Het rendement over de afgelopen 5 jaar is:

 

Fonds                                         Benchmark

2012        16,6%                          14,5%

2013          3,9%                          2,7%

2014        26,6%                          26,1%

2015          0,4%                          0,9%

2016        13,3%                          13,2%

 

De ontwikkeling van de dekkingsgraad over de afgelopen 5 jaar:

2012        105,6%

2013        112,5%

2014        118,2%

2015        113,3%

2016        120,0%